Michael is vijftien. Na zijn laatste uitbarsting stuurde school hem naar huis, definitief. Zijn moeder ging op zoek naar een dagbesteding, niet omdat ze de moed had opgegeven, maar omdat ze wist dat Michael iets anders nodig had dan nóg een school die hem niet aankon. Toen hij bij Novis kwam, kregen we een dik dossier vol incidenten en waarschuwingen. Wat er niet in stond: wanneer het wél goed ging, en waarom.
Dus daar begonnen we. Niet met een gedragsplan vol regels, maar met de dag zelf. We keken samen met Michael en zijn moeder naar wat rust gaf en wat juist averechts werkte: onduidelijke overgangen, verrassingen, te veel prikkels achter elkaar.
Een plan met vaste punten, niet met verboden
Zo ontstond Michaels plan: een simpel dagschema met vaste tijden, vaste aankondigingen voor overgangen, en één vaste begeleider om op terug te vallen als het spannend werd. Geen lijst van wat niet mag, maar een basis: dit is wat Michael nodig heeft om zich staande te houden.
Het plan hangt niet in een dossier op kantoor, maar op Michaels plek bij de dagbesteding. Als iets verandert in de dag, weet hij dat van tevoren. Sommige dagen lukt het hele schema, sommige dagen is alleen “ik weet wat er na de pauze komt” al genoeg. Allebei goed.
“Ik straf geen gedrag af. Ik geef Michael houvast.”
Latifa, begeleider
Wat er veranderde
Na een paar weken zei Michaels moeder iets wat me raakte: hij hoeft niet meer te knokken om overzicht te krijgen. Dat klopt: overdag is duidelijkheid zijn taal, en die spreken we nu terug. Hij hoeft niet meer te wachten tot iemand zijn frustratie verkeerd begrijpt en er dan tegenaan botst.
Dat is wat we bedoelen als we zeggen: niet de jongen past zich aan de zorg aan, de zorg wordt om de jongen heen gebouwd. Geen aanpak die iedereen over één kam scheert, maar goed kijken naar één jongen. Zoveel verschilt per deelnemer, maar dit werkt voor Michael.
